Agenda
Avond van de literatuurkritiek
Met Yra van Dijk, Gijsbert Pols, Rob Schouten, Joost de Vries e.a.
In samenwerking met DeReactor
Aanvang 20:30
Zaal open 20:00
Toegang 10 / 5 euro (korting voor vrienden, studenten en stadpashouders)
Wat is de literatuuropvatting van de lezer? Van schrijvers zijn we gewend dat ze expliciete uitspraken doen over hun werk. Maar critici spreken vaak vooral impliciet over hun literaire voorkeuren, terwijl dit wel de basis van hun oordeel is. Spelen alleen formele eisen een rol, of mag de criticus ook een ethisch oordeel geven? Moet een criticus consequent zijn in zijn opvatting, of juist meegaan met het werk dat hij bespreekt?
Op deze Avond van de literatuurkritiek gaat literair platform De Reactor met Perdu op zoek naar de vraag wat de criticus drijft. Vijf critici, uit alle hoeken van het literaire veld, formuleren kort hun leespoëtica. Daarna gaan ze uitgebreid met elkaar in gesprek, over hun eigen opvattingen en over de vraag wat literatuurkritiek is en zou moeten zijn.
Een oude beginneling | Over Donorwoorden van Sybren Polet
Met Marc Kregting, Michael Tedja, Sybren Polet, Samuel Vriezen, Willem Boogman en Sandra Macrander.
Aanvang 20:30
Zaal open 20:00
10 / 5 euro, korting voor vrienden, studenten en stadspashouders.
'Alle dichten is dichten van beginners', eindigt Sybren Polet in zijn jongste dichtbundel Donorwoorden (2010). Dat lijkt een vreemde uitspraak voor een dichter die al ruim een halve eeuw schrijft en inmiddels een enorm oeuvre heeft opgebouwd. Tegelijkertijd is het steeds opnieuw beginnen ook de motor van de poëzie van Polet, en misschien wel alle poëzie.
Uit de receptie blijkt dat veel critici geneigd zijn Polets werk in het licht van zijn oeuvre te beschouwen. Er heerst consensus over zijn projecten en hij wordt wellicht te clichématig gelezen. Ten onrechte, want de poëzie uit Donorwoorden behoort tot de meest frisse en nieuwsgierige poëzie die er in het Nederlands geschreven wordt. Eerder lijkt het een gebrek van de literatuurkritiek dan een gebrek van Polet, die onvermoeibaar nieuwe werelden blijft opzoeken en verkennen.
Perdu leest Donorwoorden als nieuw, en brengt het werk in verband met andere disciplines, zoals muziek en beeldende kunst. Marc Kregting laat zien hoe het werk van Polet zich geëngageerd laat lezen. Michael Tedja, schrijver, dichter en beeldend kunstenaar, reageert met nieuw werk op Donorwoorden. Wat een componist (die geïnteresseerd is in het geluid dat sterren voortbrengen) kan doen met een dichter (die kosmische bewegingen zichtbaar wil maken), zullen Willem Boogman en Sandra Macrander laten zien. Zij zetten gedichten uit Donorwoorden op muziek.
Sybren Polet (1924), Nederlands schrijver, werd geboren als Sybe Minnema. In 1946 debuteerde hij onder zijn echte naam met de gedichtenbundel Genesis. Onder pseudoniem debuteerde hij in 1949 in het tijdschrift Podium, het tijdschrift waarvan hij van 1952 tot 1965 redacteur was. In 1961 verscheen zijn eerste roman Breekwater. Als dichter wordt Sybren Polet tot de Vijftigers gerekend. Sybren Polet schreef ook toneelstukken en kinderboeken en stelde bloemlezingen samen van gedichten en sciencefiction literatuur. In 2003 werd Sybren polet onderscheiden met de Constantijn Huygensprijs.
Willem Boogman (1955) is filosoof en componist. Van 1980 tot 1984 nam hij deel aan het Werkplaatsproject (een samenwerkingsverband van instrumentalisten en componisten) van het Asko Ensemble. Sinds 2003 is hij artistiek leider van het Asko Kamerkoor. Hij schreef onder meer het omvangrijke koorwerk La Passione della Parola (2002-2004). Tussen 2007 en 2008 schreef hij Sternernest, elektronische muziek gemaakt voor het Wave Field Synthesis systeem, waarbij het geluid ruimtelijk als het universum klinkt.
Marc Kregting (1965) is een Nederlandse dichter, prozaïst en essayist. Hij debuteerde als dichter in 1989 met het gedicht 'Eensklaps afwezigheid' in het literair tijdschrift de Held. In 1994 volgde zijn eerste bundel De gezel in de kleurenreeks van Perdu. Daarna verscheen van hem onder meer de verhalen- en gedichtenbundels Da capo (1999), Hakkel je, hakkel je (2000), Dood vogeltje (2006), Zoem! (2009). In 2004 verscheen zijn essay Zij zijn niet van Jeremia. Begin jaren negentig beheerde hij het literaire tijdschrift de Biels.
Michael Tedja (1971) is schilder, schrijver, dichter, uitgever en curator. Zijn beeldend werk is in binnen en buitenland tentoongesteld. Hij was van 2007 tot 2009 intendant voor culturele diversiteit in de kunst. In die hoedanigheid gaf hij een lezing over geëngageerde kunst en poëzie in Felix Meritis, Amsterdam, schreef hij de roman Hosselen, richtte de uitgeverij The DFI Publishers op. Zijn nieuwste boek heet Het autogedicht, en bestaat uit negen delen.
Anderstaligen in Amsterdam
Hans Brinckmann, auteur van de tweetalige gedichtenbundel The undying day, leest voor uit een selectie van zijn kosmopolitische poëzie. Zijn gedichten zijn in het Engels geschreven en omhelzen meer dan een halve eeuw opgedane levenservaringen in Tokio, Londen, Sydney en Amsterdam.
Hiromi Mizoguchi , geboren in Tokio, en afgestudeerd in sociale en culturele studies aan de Kyushu Universiteit heeft Hans Brinckmann zijn gedichten vertaald in het Japans. Zij leest deze middag een aantal van deze vertalingen voor en vertelt over de specifieke problemen en bijzonderheden die zij tegen is gekomen bij het vertalen.
Leslie Kavanaugh leest haar gedichten voor uit haar onlangs verschenen boek: Meditations on space. Rijkelijk geïllustreerd met de door haar spontaan gekalligrafeerde cirkels (in het Japans : enso) , heeft de dichteres haar zoektocht voortgezet naar de diepere betekenis van ruimte en tijd. Na een academische loopbaan waar ze zich specialiseerde in architectuur en filosofie en al haar analytische vermogens heeft aangesproken, is ze letterlijk als kunstenares inspiratie gaan zoeken in het verre Oosten. De taal van de wetenschapper heeft plaats gemaakt voor die van de poëzie. Leslie Kavanaugh vertelt over haar interpretatie van de poëtica en de relatie tussen creativiteit en ‘niet-denken’
Nederlandse poëzie in een wurggreep Een Mettes-Lexicon
Met: Jan Willen Anker, Lucas Hüsgen, Krijn Peter Hesselink, Piet Gerbrandy, Henk van der Waal, Jonas Staal en Saskia de Jong.
Aanvang 20:30
Zaal open 20:00
10 / 5 euro (korting voor korting voor vrienden, studenten en stadspashouders.
Getergd door het lage niveau van de Nederlandse poëzie en poëziekritiek begint Jeroen Mettes in juli 2005 het weblog Poëzienotities. Zijn inzet is hoog. Alles wat hij verschrikkelijk aan Nederland vindt, is volgens hem gesublimeerd in zijn poëzie - en de poëzie moet van die verschikkingen gezuiverd worden. Hoe wil hij dat doen? In de eerste blogpost schrijft hij:
'Een taal en een traditie wurg je niet door de Amerikanen aan te roepen (poëzie te verwarren met rappen zonder flow bijvoorbeeld) of simpelweg te negeren (helaas!). Een traditie wurg je alleen door op haar naakte, slapende lijf te gaan zitten (want zelfs slapend droomt ze jouw dromen), zodat ze geen kant op kan. En als er dan nog lucht uitkomt noemen we dat een verademing. Dus ik ga in deze ruimte recente bundels bespreken.'
Van plek waar individuele bundels besproken worden, groeit het blog al snel uit tot een verzamelplaats van korte essays over politiek, filosofie en – vooral – literatuur. Al zijn blogposts zijn doordesemd van het besef dat poëzie ertoe doet, zonder dat echter eenvoudig kan worden aangegeven wat het belang van poëzie is.
De ronduit polemische toon en de eruditie van de stukken trekken al snel de aandacht van enkele poëzieliefhebbers die in de comments reageren op Mettes controversiële stellingnames. Zijn bekendheid in literaire kringen breidt zich langzaam uit. Maar in september 2006, nog geen anderhalf jaar nadat hij het blog is begonnen, pleegt Mettes zelfmoord.
In het voorjaar van 2011 heeft De Wereldbibliotheek de blogposts gebundeld en uitgebracht onder de titel Weerstandsbeleid. In Perdu zullen vanavond zeven dichters en critici zeven kernbegrippen uit Mettes kritische werk bespreken, van ‘gemeenschap’ tot ‘kleinkunstpoëzie’, van ‘ontroering’ tot ‘seculier verlangen’, waardoor uiteindelijk een klein vademecum bij Weerstandsbeleid ontstaat.
De langzame windhoos | een woordwaag
Met Hanna Bouma, Willem Broens, Rein Anspach, Laetitia van Dijk, Eline de Jong, Simone van der Steen, Henry Sepers, P.F. Thomése, Rik van Huisstede, Sterre Kooi.
Aanvang 16:00
Zaal open 15:30
Het idee voor de voorstelling ontstond tijdens de tentoonstelling van het werk ‘Hommages’ van Willem Broens in galerie ‘Kunstlocatie’ Singel 383. Broens heeft odes gemaakt aan zijn leeshelden. Het zijn uithangborden van zijn leeservaringen, het is zichtbare poëzie. De vraag kwam toen op, kun je hier geluid ‘onderzetten’? Kun je niet met als uitgangspunt teksten van Celan, Schierbeek, Joyce en eigen teksten een voorstelling maken waarin met taal, betekenis en voordracht geïmproviseerd wordt, geëxperimenteerd.
Al eerder hadden Sepers en Broens voorstellingen gemaakt waarin poëzie en theater samen kwamen, waar jonge mensen en schrijvers samen werkten in bijzondere settings. Omdat Sepers docent is op het Vossius lag het voor de hand om een aantal Vossianen ( en ex- Vossianen) te vragen mee te werken.
Thomése werd gevraagd met name omdat hij recentelijk nog in zijn Verweij – lezing o.a.duidelijk maakte dat taal de laatste jaren wel erg wordt overgenomen door de hardroepers en de despoten van de platitudes. Er moet een ander geluid hoorbaar gemaakt worden.
Dat taal zingt en schatten bergt. Dat een ander geluid mogelijk is. Dat er anders gelezen kan worden, zult u horen en zien.
Het koor van Vossianen ( en ex –Vossianen) regelmatig onderbroken door de meesters van het papieren woord laten het zien. Leve het tijdrood, leve het duizendwoord, leve de woordwaag.
( Regie: Henry Sepers en Willem Broens)
